Range Rover Velar: de gouden middenweg

Range Rover Velar: de gouden middenweg

En we noemen hem… Velar. Ja hoor, beschuit met muisjes bij Land Rover! Daar zag afgelopen zomer een nieuwe telg het levenslicht. Hij weegt bijna 2000 kilo pond en is de kleine broer van de Range Rover Sport, maar net iets groter dan het kleinste lid van de familie, de Evoque. Anders dan de rest van zijn gezinsleden valt de Velar vooral op door zijn futuristische trekjes.

De Velar moet dus het gat opvullen tussen de grote Sport en de aanzienlijk kleinere Evoque. En dat alles om te voorkomen dat de Range Rover-rijders overstappen naar de concurrentie. Want stel nu dat de Sport je teveel van het goede is, en de Evoque juist weer te klein? Tja, dan lonken natuurlijk dikke auto’s als de Porsche Macan, de Audi Q5, BMW X5 of de Mercedes-Benz GLC. Die overstap naar de concurrentie willen de Britten natuurlijk koste wat kost voorkomen.

De lat ligt hoog in dit segment en dus hebben de Britten hun best gedaan om met een onderscheidend ontwerp op de proppen te komen. En met succes, kunnen we wel stellen. Al verschilt Velar qua formaat niet gruwelijk veel van zijn grote broer. Ze zijn beiden ongeveer even lang al is benjamin Velar wel stukken lager. Zo laag zelfs dat ‘ie wel wat wegheeft van een opgehoogde station.

Laag dus, maar meer dan dat valt de Velar op door zijn avantgardistische uiterlijk. Het design is clean, met veel strakke lijnen en weinig poespas. Of beter gezegd, géén poespas. Aangezien de portiergrepen in het strakke en aerodynamische voorkomen de voornaamste dissonant waren, zijn die door de ontwerpers mooi weggepoetst: ze liggen verzonken in het portier en komen alleen tevoorschijn als dat nodig is. Ondanks zijn enigszins futuristische aanblik is de Velar onmiskenbaar een Land Rover, zo getuige de typische Land Rover-grille.

Binnenin is het van hetzelfde laken een pak: strak design en leer voeren de boventoon. Het meest in het oog springend zijn de twee 10 inch grote touchscreens in de middenconsole. Knopjes, hendeltjes en aanverwanten zijn ver te zoeken: bijna alle denkbare functies zijn met het touchscreen te bedienen.
Ja, en dan natuurlijk het belangrijkste: dat wat er onder de motorkap ligt. Wij – dat wil zeggen tester Eltjo Bieckmann en ondergetekende, Marieke Bos – hebben deze ochtend wel een heel fijne uitvoering tot onze beschikking: de First Edition met een 3.0 V6 turbo dieselmotor, goed voor 300 pk.

Het kon minder, zou je kunnen zeggen. De instapper is een 2.0 viercilinder turbodiesel, goed voor 180 pk, al kun je ook dieselen in de 2.0-liter van 240 pk. Er zijn drie benzinemotoren, variërend van de 2.0 viercilinder turbomotor van 250 pk tot de rapste 3.0 V6 supercharched benzine, goed voor 380 pk. Daartussenin zit nog een 2,0-liter benzine met 300 pk. Alle uitvoeringen zijn – hoe kan het ook anders – vierwiel aangedreven.

Terug naar ‘onze’ Velar. Over acceleratie hebben we niks te klagen: ondanks het gewicht van een kleine 2000 kilo sprint deze joekel in 6,5 seconden van 0 naar 100. Dat willen we meemaken. De mazzel is dat we een volledig verlaten TT-circuit tot onze beschikking hebben en dus flink kunnen gassen. Na een eerste verkennend rondje zet Eltjo de auto stil aan de voet van de 970 meter lange Veenslang, het langste rechte stuk van het circuit. Niet veel later gaat het gas vol in. We gaan als een malle, al horen we duidelijk dat er een diesel aan het werk is. Met dank aan de 8-traps volautomaat gaat het schakelen soepel en snel.

De maximumsnelheid is begrenst op 241 kilometer per uur. Dat redden we niet: op de Veenslang tikken we net de 200 kilometer per uur aan. Daarna is het even gedaan met zulke snelheden en volgt vooral veel bochtenwerk. De Velar houdt zich kranig en laat zich niet uit het veld slaan.

Verre van zelfs. ‘Dit is een van de beste SUV’s die er op dit moment rondrijden, zo niet de allerbeste’, vindt Eltjo. Het sperdifferentieel zorgt voor een enorme wendbaarheid en grip en het sturen gaat ‘snaarstrak’. ‘Het is sowieso de best sturende Land Rover ever.’

Zoals het een heuse Land Rover betaamt staat de Velar ook off road zijn mannetje. Niet dat de meeste Velars nou vaak buiten zullen spelen, maar wat geeft het: het idee dat je als Velar-eigenaar bij eventuele overstromingen, modderstromen of sneeuwduinen geen natte of vieze voeten zult krijgen, is een geruststellende. De onderhuidse technieken zijn in ieder geval overal op voorbereid, zoals bijvoorbeeld het nieuwste offroadspeeltje van Land Rover, de All Terrain Progres Control. Het systeem laat zich het beste omschrijven als een cruise control voor in de sneeuw of modder.

Of Land Rover erin is geslaagd het gat tussen de Sport en Evoque op te vullen? Kijkend naar louter het prijskaartje is het antwoord ‘nee’. De prijzen van de Sport beginnen bij een kleine 94.000 euro, terwijl aan de Evoque een vanafkaartje hangt van ruim 46.000 euro. Met zijn vanafprijs van 73.000 euro zit de Velar dus niet bepaald in het midden. Maar ach, wat maakt dat uit? Alleen al het innovatieve design en de superieure rijkwaliteiten maken dat de Velar het predicaat ‘gulden middenweg’ meer dan verdient. Of moeten we gouden middenweg zeggen?

De Range Rover Velar werd gereden door ondergetekende en Eltjo Bieckmann, directeur van de Advanced Driving School op het TT-circuit van Assen en ondergetekende Marieke Bos. Bieckmann heeft zowel als coureur als instructeur al heel wat race-uren op zijn naam staan. De Velar werd ter beschikking gesteld door Van Mossel Jaguar Land Rover Tynaarlo.

Het bericht Range Rover Velar: de gouden middenweg verscheen eerst op Entrepreneur Magazine.

Meest recente berichten